industrieel toerisme in trek [fr]

Ieder jaar bezoeken 20 miljoen mensen een museum met het erfgoed of de fabriek van 1400 bedrijven. Elke economische afdeling is vertegenwoordigd: de industrie, het laboratorium etc. Maar de reuzen van de voedingsmiddelenindustrie en de ambachten en zijn het meest in trek. Of het nu gaat om de in 1664 in Straatsburg opgerichte bierbrouwerijen Kronenbourg of het in december 2004 geopende hoogste viaduct ter wereld, le Viaduc de Millau, de verkenning van bedrijven of werken die deel uitmaken van de Franse economische dynamiek is een goed florerende sector geworden.

Hoe wordt een kristallen glas vervaardigd, dragees gemaakt of gietijzeren kippetjes? Wat gebeurt er voordat een stuk Reblochonkaas op ons bord terecht komt? Hoe wordt een jumbojet gebouwd? Dit zijn enkele van de vragen waar het steeds populairder wordende industrieel toerisme antwoord op geeft.

JPEG

De bezoekers komen uit alle hoeken van de wereld met één doel: de know-how van een vak ontdekken. Door een kijkje te nemen in de bedrijven of op de werkplaatsen begrijpen zij iets meer van de dingen die hen omringen. Het is ook een wens om op deze manier meer kennis te vergaren: een bezoek aan een bedrijf maakt het mogelijk nieuwe dingen te leren, terwijl het bedrijf met het openstellen van zijn deuren beoogt informatie te verschaffen over de technologieën, de ambachten en het leven binnen het bedrijf, en het economisch en industrieel erfgoed van de regio te laten zien. Een groot deel van de bedrijven baseert zijn communicatie hierop “Voor een bedrijf als EDF (Electricité de France) maakt communicatie naar een breed publiek deel uit van zijn strategie; en het was meteen een succes.

Bedrijven uit de voedingsmiddelenindustrie, elektrische huishoudapparatuur of auto-industrie gebruiken deze rondleidingen om hun imago te versterken, klanten te winnen en een sociale band te scheppen. Het is ook een goed middel om bekendheid te krijgen zegt Bertrand Labes, schrijver van een Gids van technische- en industriebedrijven. De Kamers van Koophandel evenals de kantoren van het Frans Verkeersbureau bieden all-in bezoeken. Verschillende gewesten hebben speciale “open huis”weken ingesteld om deze initiatieven te bundelen en bedrijven aan te sporen mee te doen. Op deze manier heeft het departementaal bureau voor toerisme (CDT) van Seine-Saint-Denis, in de nabijheid van Parijs, sinds 2001 een innoverend bezoekprogramma opgezet van industrieterreinen, bedrijven, werkplaatsen en laboratoria die in dit departement gevestigd zijn. In totaal zijn meer dan 100 bedrijven toegankelijk voor het publiek. Het principe is om het publiek een kijkje te laten nemen achter de schermen van een bedrijf en toegang te geven tot het hart van de activiteiten. “Wij beschikken over een grote diversiteit aan bedrijven” constateert Marie Périvier, hoofd communicatieafdeling van de CDT van Seine-Saint-Denis “waaronder: de ateliers waar de moulages voor het museum le Louvre worden gemaakt, Christofle, Sanofi-Aventis in Romainville, één van de wereldleiders op het gebied van farmaceutische industrie, de werkplaatsen van de RATP (het Parijs gemeentelijk vervoerbedrijf), het théâtre Athénée in Parijs, de restauratiewerkplaats van het Luchtvaart- en Ruimtevaartmuseum in de gebouwen van het vliegveld le Bourget”.

In Angers heeft de CDT met succes sinds het jaar 2000 de Week van het industrieel toerisme “Made in Angers” ingesteld. Dit belangrijke evenement wordt jaarlijks in het begin van het jaar georganiseerd. Ongeveer honderd bedrijven die op allerlei gebied actief zijn, houden voor deze gelegenheid open huis, zoals likeurstokerij Cointreau, designbureaus, het Frans meteorologisch instituut etc. “Dit is een geweldige ervaring. Het publiek vindt het fantastisch om dat te ontdekken wat normaal achter gesloten deuren plaats vindt” zegt de CDT.
Alle lagen van de bevolking en alle generaties zijn betrokken bij dit enthousiasme en het feit om in aanraking te komen met bepaalde ambachten of beroepen is ook een manier om de belangstelling van jongeren op te wekken, te zien waar ze geschikt voor zijn, of leerlingen te helpen een beroep te kiezen.

Een duik in de « must »…

In de buurt van Saint-Malo, in Bretagne, bevindt zich de getijdencentrale van Rance, met jaarlijks ongeveer 300 000 bezoekers één van de meest bezochte industriële plekken ter wereld. De site wordt beheerd door de EDF (électricité de France). De elektriciteit wordt opgewekt door de kracht van eb en vloed, eerste duurzame energiebron. De centrale produceert jaarlijks 500 miljoen kWh. Alles is hier gigantisch. Tijdens de rondleiding kan men een kijkje nemen in de gigantisch grote machinekamer met een lengte van 300 meter waarin het technisch personeel zich per fiets verplaatst.

In Fécamp in Haute-Normandie staat het zeer populaire Palais Bénédictine met zijn subtiele mix van extravagantie en soberheid, met invloeden uit zowel de gotiek als de renaissance. Kunst en industrie gaan hier samen want het is niet enkel een plek waar de Bénédictine likeur wordt gestookt, maar eveneens een gereputeerd museum. De vakantieganger kan hier de koperen distilleerkolven van de stokerij bewonderen, en de 27 planten en kruiden ruiken en voelen die deze likeur zijn bijzondere smaak geven.

In het zuiden van Frankrijk, in de buurt van Toulouse waar een belangrijk deel van de Europese luchtvaartindustrie is gevestigd, heeft Airbus zijn deuren geopend voor bezoekers die daar in de grote hangars de kolossale A 330, A 340 et A 380 kunnen bezichtigen. Via verschillende rondleidingen kan men zien hoe deze vliegtuigen vervaardigd worden.

In het noorden kan men iets meer te weten komen over drie eeuwen mijnindustrie. De voornaamste plek is het historisch centrum van Lewarde, het is een ware « herinneringsplek » voor deze industrietak. Jaarlijks komen 200 000 toeristen naar Lewarde. Ook kunnen andere mijnschachten bezocht worden zoals die van Bruay-la-Buissière.

De lijst is verre van volledig maar laten we de Atlantische scheepswerven in Saint-Nazaire vermelden, of de kelders in Roquefort waar deze bekende kaas wordt gerijpt, de “caves de Champagne”, of de Perrier fabriek van Vergèze in de regio van Nîmes. « Voor bedrijven is het heel interessant en sommige richtingen zouden nog meer geëxploreerd kunnen worden. “Door mensen meer te vertellen over de Franse technologie krijgt Frankrijk een beter imago”, merkt Noël Le Scouarnec, hoofd van het bureau Etudes et Recherches bij de Direction du Tourisme op.

Het economisch ontdekkingstoerisme trekt ook buitenlandse toeristen, met name Belgen, Engelsen en Duitsers die in eigen land een sterke bedrijfscultuur hebben, maar ook Nederlanders, Amerikanen, Italianen en Spanjaarden maken deel uit van de toeristen. Maison de la France gaat samen met de buurlanden van Frankrijk workshops organiseren en initiatieven ontwikkelen. Maison de la France, dat onder het gezag is geplaatst van de minister belast met Toerisme, verenigt leidinggevenden uit de publieke sector, de beroepsorganisaties en de grote economische sectoren in het kader van een economisch partnerschap. “In november 2008 zegt Noël Le Scouarnec, zal het tweede Europese symposium over het bedrijfstoerisme plaatsvinden in Tolède in Spanje. De eerste editie van dit symposium vond plaats in Angers ».

Internetsites
www.tourisme93.com: CDT de Seine-Saint-Denis
www.anjou-tourisme.com: CDT de l’Anjou
www.tourisme.gouv.fr: Direction du Tourisme

gepubliceerd op 05/08/2016

naar boven