» Actueel » [+] Laatste nieuws » Archief » Debat over de laïcité: veel gestelde vragen

Debat over de laïcité: veel gestelde vragen

1. Geldt deze maatregel alleen voor de islamitische gemeenschap ?
2. Wordt het dragen van een hoofddoek in Frankrijk verboden ?
3. Bestaat er geen risico dat sommige meisjes van school worden gestuurd en uitgesloten worden van onderwijs ?
4. Zijn moslims in Frankrijk slachtoffer van discriminatie ? Bewijst het verbod op het dragen van ‘opzichtige’ religieuze tekens, in het bijzonder de hoofddoek, op school niet dat het Franse integratie- en non-discriminatiebeleid heeft gefaald ?
5. Is het weigeren van extra vrije dagen voor een bepaalde religie geen discriminatie ?
6. Laïcité en godsdienstvrijheid in het hedendaagse Frankrijk ?
7. Wat is de volgende stap na de toespraak van de President
8. Waarom wordt er voor een wet gekozen ?
9. Zullen de geschillen in verband het dragen van een hoofddoek toenemen ?
10. Waarom is Frankrijk in deze tijd de enige lidstaat van de Europese Unie die wetten opstelt over het dragen van religieuze tekens ?
11. Is het aannemen van een wet over het dragen van religieuze tekens op school in strijd met onze internationale verplichtingen ?


1. Geldt deze maatregel alleen voor de islamitische gemeenschap? Retour à la table des matières

De wetgevende maatregel die de Franse President voorstelt heeft betrekking op alle opzichtige religieuze tekens, voor alle religies zonder uitzondering. Het is niet juist om te stellen dat de maatregel alleen voor moslims geldt.

De rector van de Grande Mosquée in Parijs, in mei jl. gekozen tot voorzitter van de Franse raad voor het islamitisch geloof (CFCM- Conseil français du culte musulman), heeft positief gereageerd op het standpunt van de Franse President: “moslims moeten de weg van een moderne islam inslaan, in naam van het republikeinse pact”. De CFCM wil actief deelnemen aan de dialoog die de President heeft geopend en aan de beraadslagingen die aan de totstandkoming van een wet voorafgaat.

Tevens kunnen we vermelden dat bepaalde landen met een overwegend islamitische bevolking -Turkije en Tunesië- voorschriften hebben opgesteld met het oog op het seculariseren van de publieke ruimte. Daaronder vallen maatregelen die als doel hebben het dragen van religieuze tekens op openbare scholen in te kaderen.

2. Wordt het dragen van een hoofddoek in Frankrijk verboden? Retour à la table des matières

Natuurlijk niet. Er is geen algemeen verbod op het dragen van een hoofddoek en dat zal er ook niet komen. Moslimvrouwen kunnen een hoofddoek blijven dragen in hun dagelijks leven: op straat, in alle publieke ruimten en zelfs op hun werk, behalve wanneer er een verbod geldt “in verband met de veiligheid of bij klantencontact”. Het ministerie van Arbeidszaken zal het nodige overleg voeren en indien noodzakelijk een maatregel aan het Parlement voorleggen om ondernemingshoofden in de gelegenheid te stellen het dragen van religieuze tekens te reglementeren, in het kader van de veiligheid en klantencontact.

Ook wijzen wij erop dat zelfs in het onderwijs het verbod niet algemeen zal zijn. Het beperkt zich tot de openbare scholen in het basis- en voortgezet onderwijs, dat wil zeggen dat scholieren tot de leeftijd van ca. 18 jaar ermee te maken krijgen. De confessionele scholen vallen niet onder deze wet, de universiteiten evenmin.

Ten slotte verklaart 80% van de vrouwen die in een moslimfamilie geboren zijn en in Frankrijk wonen volgens recent opninieonderzoek nooit een hoofddoek te dragen. De meerderheid van deze vrouwen ondervindt dus geen gevolgen van de wet. Sinds het begin van dit schooljaar zijn overigens slechts vier leerlingen van school gestuurd, op de dertien miljoen scholieren die Frankrijk rijk is.

3. Bestaat er geen risico dat sommige meisjes van school worden gestuurd en uitgesloten worden van onderwijs? Retour à la table des matières

Het doel van de wet is uiteraard niet om verwijdering van school, de uiterste sanctie, tot algemeen recht te verheffen bij het behandelen van de kwestie van de religieuze tekens op school. De President wijst daar ook op: “bij de toepassing van deze wet moet er systematisch worden gezocht naar de dialoog en het overleg, voordat er een beslissing genomen wordt”. Er zullen stappen van uitleg, bemiddeling en instructie worden ondernomen in de richting van de leerlingen en hun familie. De docenten zijn zich bewust van de belangen en zullen de beschikking van de wet weloverwogen ten uitvoer brengen.

4. Zijn moslims in Frankrijk slachtoffer van discriminatie? Bewijst het verbod op het dragen van ‘opzichtige’ religieuze tekens, in het bijzonder de hoofddoek, op school niet dat het Franse integratie- en non-discriminatiebeleid heeft gefaald? Retour à la table des matières

De President probeert niet te verdoezelen dat Frankrijk, net als andere landen, kampt met discriminatie ten aanzien van immigranten en vooral de bevolkingsgroepen afkomstig uit de Maghreb-landen. Integendeel, hij wil juist “de muur van stilte afbreken die heerst rondom disciminatie” met name bij het zoeken naar huisvesting en werk. De President heeft daarnaast aangekondigd dat er een onafhankelijke instantie opgericht zal worden ter bestrijding van elke vorm van discriminatie.

Ten aanzien van de in Frankrijk levende moslims heeft de President met klem benadrukt dat zij evenveel respect horen te genieten als aanhangers van andere religies. Hij onderstreepte hun recht om te beschikken over een waardige ruimte voor hun eredienst. Aan deze erkenning, deze wil om de islam een plaats te geven die gelijkwaardig is aan die van de andere grote religies in Frankrijk, dankt de Franse raad voor het islamitisch geloof (CFCM- Conseil français du culte musulman) overigens zijn oprichting. Deze vond plaats in mei dit jaar, nadat dit project jarenlang geblokkeerd was geweest.

Religieuze problemen mogen overigens niet worden verward met moeilijkheden op het gebied van integratie. Integratie ‘à la française’ houdt in: gelijke kansen voor iedereen, zonder onderscheid naar ras of religie. En: gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

5. Is het weigeren van extra vrije dagen voor een bepaalde religie geen discriminatie? Retour à la table des matières

Het is niet de bedoeling om de ene religie boven de andere te stellen. Het invoeren van extra vrije dagen werd niet noodzakelijk geacht omdat er al veel vrije dagen zijn. Een geest van openheid is hier belangrijker. Het spreekt voor zich dat de scholen op belangrijke religieuze feestdagen, zoals Aid El Kebir of Yom Kippour, geen examens mogen afnemen. Een leerling zal zijn afwezigheid op een belangrijke religieuze feestdag niet hoeven rechtvaardigen. Dit is in Frankrijk al gebruikelijk en er is geen sprake van dat deze goede gewoonte wordt teruggedraaid.

6. Laïcité en godsdienstvrijheid in het hedendaagse Frankrijk Retour à la table des matières

Laïcité is een uitzonderlijk moeilijk te vertalen begrip. Het beperkt zich niet simpelweg tot secularisering (scheiding van kerk en staat, van geloof en openbare macht). Laïcité verwijst ook naar het idee van neutraliteit ten opzichte van alle meningen en religies. Sommige auteurs vertalen laïcité zonder meer als ‘vrijheid van geloofsuiting’.

Het is niet juist om de Franse laïcité op te vatten als een anti-religieuze houding, of een wil om religie te reduceren tot iets wat alleen in het binnenste van het menselijk bewustzijn leeft.

De Franse laïcité is geboren uit een conflictsituatie met de katholieke kerk, aan het begin van de twintigste eeuw. Maar al snel zijn er schikkingen getroffen. De jurisprudentie heeft een groot aantal punten van overeenstemming en samenwerking gevonden tussen de Staat en de verschillende godsdiensten (confessioneel onderwijs gefinancierd door de Staat, godsdienstonderwijs op de openbare scholen). Laïcité is geen star en onaantastbaar concept dat in 1905 werd geïntroduceerd om nooit meer te veranderen. Vandaag de dag zal geen enkele religie de ontwikkelingen betwisten waarmee wij zijn geëvolueerd van een militante naar een bedaarde laïcité.

Vergelijken wij de huidige betrekkingen tussen kerk en staat in de andere lidstaten van de Europese Unie, dan zien wij, ondanks de sterk verschillende juridische stelsels (staatsgodsdienst, erkenning van de godsdiensten, stelsel van overeenkomsten of concordaten, laïcité), dat de praktijksituaties elkaar niet veel ontlopen: neutrale overheidsinstellingen, vrijheid om individueel en collectief godsdienst te belijden, mogelijkheid om van godsdienst te veranderen, erkenning van de sociale rol van de kerken. De aangekondigde wet op het dragen van religieuze tekens op school zal het geleidelijk verworven evenwicht tussen kerk en staat niet verstoren. “Het is niet de bedoeling nieuwe regels op te stellen of de grenzen van de laïcité te verleggen”, verklaarde de President. Het gaat simpelweg om het herbevstigen van een principe dat verbonden is met de traditie van ons land: de vrijheid van geloofsuiting mag alleen worden ingeperkt wanneer de vrijheid van anderen en de naleving van de leefregels in de samenleving in gevaar komen. De openbare school is een plaats van kennisoverdracht waar neutraliteit bewaard, en gelijkheid -tussen meisjes en jongens- ferm verdedigd moeten worden.

De vertegenwoordigers van de verschillende religieuze groeperingen hebben overigens gunstig gereageerd op de toespraak van de President, nadat sommigen in een eerder stadium hun bezorgdheid hadden geuit. De Franse bisschopsconferentie heeft kennis genomen van het standpunt van de President ten gunste van de wet en gaf aan het “positief te vinden dat de voorwaarden voor het samenleven nader worden omschreven.” Niettemnin moet worden afgewacht hoe de wet wordt geformuleerd en er moet worden gewaakt dat deze geen teken van wantrouwen zal vormen jegens “diegenen die met hun religieuze tekens de openbare orde op geen enkele manier verstoren”. De Raad ter vertegenwoordiging van joodse instellingen in Frankrijk (CRIF - Conseil représentatif des institutions juives en France) heeft de toespraak van de President met volledige instemming ontvangen: “ieder die in Frankrijk leeft dient zich te onderwerpen aan de regels en gebruiken van de Republiek”.

7. Wat is de volgende stap na de toespraak van de President? Retour à la table des matières

Allereerst zal de Regering de dialoog over het dragen van opzichtige religieuze tekens in openbare onderwijsinstellingen voortzetten, voornamelijk met de religieuze autoriteiten. Daarop volgt de parlementaire procedure die moet leiden tot het aannemen van een wet.

Bij de regels voor de toepassing van de wet moeten de dialoog en het overleg prioriteit krijgen. In andere, wetgevende en reglementaire, voorschriften zullen enkele aspecten worden uitgewerkt voor het ziekenhuiswezen: het vermijden van seksescheiding tussen het verzorgend personeel en de patiënten, en voor de werkvloer: het vaststellen van voorwaarden in verband met veiligheid en klantencontact om een regelgeving voor het dragen van religieuze tekens te rechtvaardigen en het bepalen van de wijze waarop neutraliteit binnen overheidsfuncties moet worden nageleefd. Deze wetgevende en reglementaire maatregelen zullen op termijn worden gebundeld in een ‘wetboek van de laïcité’.

8. Waarom wordt er voor een wet gekozen? Retour à la table des matières

Wanneer er veranderingen plaatsvinden in het domein van de fundamentele vrijheden, is het opstellen van een wet noodzakelijk (artikel 34 van de Grondwet en artikel 9 van de Europese conventie voor de rechten van de mens). Deze wet moet op zo plechtig mogelijke wijze uitdrukken hoe belangrijk het is om de neutraliteit binnen de openbare scholen te bewaren. Op een aantal scholen in het voortgezet onderwijs zijn naar aanleiding van het dragen van religieuze tekens conflictsituaties ontstaan, hetgeen een slechte invloed had op de rust en kalmte die noodzakelijk zijn voor het leerproces. In sommige gevallen vormen dergelijke spanningen een voedingsbodem voor conflicten van racistische, xenofobe of anti-semitische aard. Dat mag niet getolereerd worden.

Anders dan de landen waar de verschillende (geloofs)gemeenschappen hun eigen scholen hebben, heeft Frankrijk voor een openbare, neutrale en voor ieder toegankelijke school gekozen; het ligt voor de hand de ingeslagen weg te vervolgen en elke ontwikkeling die kan leiden tot verdeling of scheiding van de leerlingen op religieuze, seksuele of raciale gronden, een halt toe te roepen.

Een verpletterende meerderheid binnen de onderwijswereld heeft de sterke wens geuit dat de regels ten aanzien van het dragen van relieuze tekens worden verhelderd. Zowel de door de nationale ombudsman, de heer Stasi, voorgezeten commissie als de commissie van de Assemblée nationale (Franse volksvertegenwoordiging) was van mening dat een wet de meest duidelijke manier is om deze regels voor het samenleven binnen de Republiek kenbaar te maken. Er is geen sprake van een ingrijpende wijziging van de bestaande regels, zoals sommigen willen doen geloven, het gaat om het benadrukken van de goede gebruiken die verbonden zijn met onze lange traditie van openbaar onderwijs.

9. Zullen de geschillen in verband het dragen van een hoofddoek toenemen? Retour à la table des matières

Frankrijk is een rechtsstaat waarin ieder individu bescherming van de wet geniet, en waar de wet indien nodig wordt gecontroleerd door de rechter: op de eerste plaats de Franse rechter en daarna de Europese rechtscolleges, in het bijzonder het Europese hof voor de rechten van de mens. Burgers die zich benadeeld achten door de regels voor de toepassing van de wet beschikken altijd over de mogelijkheid in hoger beroep te gaan.

10. Waarom is Frankrijk in deze tijd de enige lidstaat van de Europese Unie die wetten opstelt over het dragen van religieuze tekens? Retour à la table des matières

Frankrijk houdt vast aan het principe van de laïcité zoals dat in de grondwet van 1958 is opgenomen, in navolging van de grondwet van 1946. De laïcité vormt in Frankrijk een pijler van de democratie en van de republiek. Andere landen hebben andere manieren gekozen om de voorwaarden voor de vrijheid van godsdienstoefening te regelen: door deze verantwoordelijkheid toe te vertrouwen aan lagere overheden, door onderwijsinstellingen op te richten op communautaire basis, of door de schoolhoofden de voorwaarden te laten bepalen voor het dragen van religieuze tekens.

Frankrijk heeft gereageerd op zijn eigen wijze en in overeenstemming met de Franse tradities, de gevoeligheden van de bevolking, de geschiedenis en de administratieve en territoriale organisatie. Volgens bijlage 11 van het Verdrag van Amsterdam is het trouwens de taak van nationale overheden om de betrekkingen tussen de openbare macht en de religieuze organisaties te regelen. In deze geest heeft de Regering besloten het debat te verhelderen.

Vandaag is Frankrijk de enige lidstaat van de Europese Unie die heeft gekozen voor een nationale wetgeving over het dragen van opzichtige religieuze tekens op school. Maar in verschillende laender in Duitsland en in België bezint men zich ook over deze kwestie.

11. Is het aannemen van een wet over het dragen van religieuze tekens op school in strijd met onze internationale verplichtingen? Retour à la table des matières

Het aannemen van een wet over het dragen van religieuze tekens op school is niet in strijd met onze internationale verplichtingen.

Paragraaf 1 van artikel 18 van het Internationale pact inzake civiele en politieke rechten garandeert aan ieder individu het recht om zijn godsdienst te belijden en uit te dragen. Maar dit is geen absolute vrijheid. Paragraaf 3 van hetzelfde artikel biedt namelijk de mogelijkheid om deze vrijheid beperkingen op te leggen wanneer deze zijn voorzien in de wet en vooral wanneer deze noodzakelijk zijn in verband met de bescherming van de vrijheden en de fundamentele rechten van anderen.

Paragraaf 1 van artikel 9 van de Europese conventie voor de rechten van de mens bepaalt eveneens dat ieder individu recht heeft op vrijheid van denken, bewustzijn en godsdienst. Maar beperkingen van deze vrijheid worden toegestaan door paragraaf 2 van dit artikel, die stelt dat de vrijheid om godsdienst of overtuigingen uit te dragen restricties opgelegd kan worden, die -voorzien door de wet- noodzakelijke maatregelen vormen voor de publieke veiligheid, de bescherming van de publieke orde, gezondheid of moraal, of voor de bescherming van de vrijheden van anderen. In dit opzicht hebben de instellingen in Straatsburg in een eerder stadium al geoordeeld dat bepaalde maatregelen tegen het dragen van religieuze tekens binnen het onderwijs, artikel 9 niet schenden.

Tot slot moet worden opgemerkt dat een regelgeving voor het dragen van religieuze tekens, waarin de nieuwe wet zal voorzien, voornamelijk de scholen zal aangaan. Er is geen sprake van een algemeen verbod op het dragen van religieuze tekens. Bovendien zal een dergelijk verbod geen enkel onderscheid maken tussen de verschillende godsdiensten, waardoor het gelijkheidsprincipe gerespecteerd blijft. Het invoeren van vrijheidsbeperkende regels ten aanzien van opzichtige vormen van godsdienst belijden is dan ook niet in strijd met onze internationale verplichtingen. Het naleven van de laïcité maakt deze beperkingen noodzakelijk.