Rembrandt: Frankrijk en Nederland sluiten verdrag (1 februari 2016, Parijs) [fr]

Bericht van het ministerie van Cultuur en Communicatie

Fleur Pellerin, Franse minister van Cultuur en Communicatie, en haar Nederlandse ambtgenoot Jet Bussemaker tekenden op maandag 1 februari een historisch verdrag, waarin de gezamenlijke aankoop van twee meesterwerken van Rembrandt, de portretten van Maerten Soolmans en zijn vrouw Oopjen Coppit , is vastgelegd.

JPEG

De doeken zullen de komende weken voor het eerst in het Louvre aan het publiek worden getoond. Vervolgens zullen ze naar Nederland gaan voor restauratie. Daarna zullen ze afwisselend in Amsterdam en in Parijs tentoongesteld worden, waarbij ze na de restauratie voor het eerst in het Rijksmuseum te zien zullen zijn.

Met dit volkomen nieuwe partnerschap bekrachtigen de Franse en de Nederlandse regering de onafscheidelijkheid van het in 1634 door Rembrandt geschilderde echtpaar. De portretten van Maarten Soolmans en Oopjen Coppit, die nu respectievelijk eigendom van Nederland en van Frankrijk zijn, zullen altijd samen worden tentoongesteld. Afwisselend in het Rijksmuseum en het Louvre zullen ze deel uit gaan maken van twee van ’s werelds grootste publieke collecties.

De twee meesterwerken van de hand van de grootste kunstenaar uit de Nederlandse Gouden Eeuw verbleven de laatste honderdveertig jaar in Frankrijk. Nu zijn ze het symbool van de sterke culturele banden tussen Frankrijk en Nederland. De vernieuwende samenwerking die in het verdrag is vastgelegd, waarbij de twee staten elk één schilderij bezitten terwijl de schilderijen tegelijkertijd definitief met elkaar zijn verbonden, geeft blijk van het gedeelde streven van Frankrijk en Nederland naar een cultureel Europa met een gemeenschappelijk en universeel cultureel erfgoed.

De aankoop van het portret van Oopjen Coppit is de belangrijkste aankoop die ooit is gedaan door een Frans museum. Minister Pellerin bedankt de Banque de France voor de uitzonderlijke financiering die de aankoop mogelijk heeft gemaakt.

- Toespraak van Fleur Pellerin

Bron: Ministerie van Cultuur en Communicatie

gepubliceerd op 22/03/2016

naar boven