![]() |
Op 28 oktober 2008 heeft de ambassadeur van Frankrijk. Jean-François Blarel, de versierselen van Officier de la Légion d’Honneur uitgereikt aan minister Maria Van der Hoeven. |

Mevrouw van der Hoeven,
Ik ben zeer vereerd en verheugd om, als vertegenwoordiger van Frankrijk, u hier vanavond op de residentie van Frankrijk te ontvangen en u de versierselen van Officier de la Légion d’honneur te overhandigen in aanwezigheid van uw familieleden, vertegenwoordigers uit het onderwijs en de zakenwereld, in het bijzonder de Nederlands-Franse, en uw belangrijkste medewerkers.
Ik wil kort de verschillende etappes van uw carrière in herinnering brengen alvorens in te gaan op de activiteiten die de Franse autoriteiten er toe hebben gebracht u te onderscheiden.
U bent geboren in Meersen, in Limburg. Na een middelbare schoolopleiding gaat u naar de kweekschool in Maastricht. U start een studie Engels en volgt cursussen aan het ISW, hoger management voor non-profit instellingen, en de opleiding bedrijfskunde KHBO aan de Open Universiteit te Heerlen.
U werkt eerst als docent voordat u wordt benoemd tot directeur van het Centrum Administratieve Vakopleiding van Volwassenen te Maastricht. Tot 1991 bent u directeur van het Technologiecentrum Limburg.
Van 1991 tot 2002 bent u lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Tijdens de regeringsperiode 1998/2002 bent u vice-voorzitter, en lid van het presidium van de Tweede Kamer. U bent eveneens Voorzitter van de commissie voor onderwijs, cultuur en wetenschappen geweest (tot oktober 2001), lid van de commissies binnenlandse zaken, economische zaken, de Nederlandse Antillen en, vanaf oktober 2001, vice-voorzitter van de parlementaire groep het CDA.
Op 22 juli 2002 wordt u benoemd tot minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in het eerste kabinet Balkenende. U behoudt deze portefeuille in de daaropvolgende kabinetten Balkenende II (mei 2003) en Balkenende III (juli 2006).
Op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft u van 2002 tot 2007 met vastberadenheid vele hervormingen aangebracht met als doel te rationaliseren, te vereenvoudigen en te bezuinigen. U hebt de nadruk gelegd op de autonomie van scholen, kostenbeheersing en persoonlijke betrokkenheid (ook financieel) van onderwijzers en ouders. Op het gebied van taalonderwijs, hebt u de meertaligheid heringevoerd door de kennis van een tweede taal weer actueel te maken, in het bijzonder Frans en Duits die sinds de jaren 70 niet meer deel uitmaakten van de verplichte talen. U kiest onder andere de provincie Limburg, waar u vandaan komt, om deel uit te maken van de proefgebieden. U zet u met name in voor de introductie van de Franse taal in het basisonderwijs. U hebt duidelijk deze bevordering van meertaligheid deel doen uitmaken van een meer algemene visie van school als kweekvijver voor een oprecht Europees burgerschap. U hebt u immers altijd bekommerd voor het behoud van de meertaligheid in het Nederlands onderwijs teneinde al zeer jong een Europese identiteit en bewustzijn bij te brengen. Ook hebt u ook de instelling van klassen met versterkt onderwijs van de Franse taal gesteund in het voortgezet onderwijs alsmede de creatie van het netwerk van Franse assistent-leraren die van 2 assistenten in 2003 zijn gegroeid naar 20 assistenten in 2006. U staat eveneens aan de oorsprong van de introductie van certificaties van andere Europese ministeries van Onderwijs (voor ons het DELF scolaire met jaarlijks meer dan 600 inschrijvingen en waaraan in 2009 meer dan 55 scholen meedoen). Deze externe diploma’s doen echt de waarde stijgen van de Franse taal.
Op uw initiatief hebben de scholen een “Europese bevoegdheid” gekregen waardoor Europa een grotere plaats heeft ingenomen in de programma’s en een passende opleiding voor het onderwijzend personeel. Deze inzet voor Europa vloeit op vanzelfsprekende wijze voort uit uw inzet voor de politiek en de regio waar u vandaan komt; Maastricht ligt in het zuidelijke grensgebied van Nederland, in de nabijheid van België en Duitsland en in het hart van Europa.
Bovendien hebt u persoonlijk aan mijn voorganger gevraagd om het onderwijs van de Franse taal in de regio Maastricht in de eerste schooljaren te steunen. Wij hebben dus (bij de Talen Academie) een pedagogische coördinatrice ter beschikking gesteld die sinds ruim een jaar op de basisscholen van Maastricht en binnen het Euregio-project werkt. Onze medewerking met het ministerie van Onderwijs wordt dus met succes vervolgd.
Nog steeds steunt de ambassade op deze acties en wij danken u voor deze initiatieven ten gunste van onze taal.
In februari 2007 wordt u benoemd tot minister van Economie. U bevindt zich voortaan middenin de toepassing van de Lissabon-agenda die als doel heeft onze landen en Europa een plaats op mondiaal niveau te geven binnen de meest competitieve economieën in een context van mondialisering. Belast met een grote portefeuille hebt u de verantwoording voor zowel het sectoraal beleid (energie, telecommunicatie) als het globaal beleid (innovatie, concurrentievermogen, concurrentie…). Dit maakt van u een belangrijke, en door onze ministers gewaardeerde, gesprekspartner.
Als voormalig minister van Onderwijs en Wetenschappen is uw optreden vanzelfsprekend georiënteerd op innovatiebeleid.
Aan het hoofd van uw ministerie spant u zich in om van Nederland een kenniseconomie te maken door steeds nauwere banden te leggen tussen de wetenschap en bedrijven om R&D aan te moedigen. U hecht eraan een innovatiebeleid op te zetten dat gebaseerd is op partnerschappen tussen de publieke- en de privaatsector middels een clusterbeleid waarbij onderzoekcentra, universiteiten, overheid en bedrijven betrokken zijn via innovatieprogramma’s die door uw ministerie worden aangestuurd. Dit noemen wij in Frankrijk de pôles de compétitivité.
U draagt met dit streven een Europese visie uit. U bent gesteld op het feit dat de verschillende landen hun know-how en krachten in hun excellentiedomeinen bundelen, want het is enkel op Europees niveau dat wij de mondiale concurrentiestrijd aankunnen. Wij delen deze visie en de actie van onze beide landen op dit gebied beoogt, of dat nu in Brussel is of op bilateraal niveau, partnerschappen te doen ontstaan en toenaderingen te stimuleren tussen Franse en Nederlandse concurrentieclusters, vooral op het gebied van de toekomstige technologieën en uitdagingen. Vele bilaterale initiatieven in die richting zijn genomen en ik ben blij met onze buitengewoon goede samenwerkingsbanden om deze te verwezenlijken. Ik zal enkele voorbeelden noemen: de lopende initiatieven om samenwerkingsbanden te doen ontstaan op het gebied van duurzaam vervoer en hernieuwbare energie, het uitwisselen van ervaringen op het gebied van steun voor de innovatie van het MKB waarmee tijdens het bezoek van Premier Fillon in oktober 2007 werd begonnen… . Ik zou ook uw persoonlijke rol willen vermelden voor het bevorderen van industriële partnerschappen tussen onze beide landen, vooral voor wat betreft het nucleaire fusieproject ITER in Cadarache dat u onlangs heeft bezocht met een delegatie van Nederlandse ondernemingen. Maar dit Europa van de kennis kan niet enkel tot stand worden gebracht met aansporingen van de staat. Het wordt tot stand gebracht door de toenadering tussen onze beide samenlevingen, en onze bedrijven in het bijzonder in het kader van de Europese markt. Ik waardeer de aanwezigheid vandaag van prominenten uit de Frans-Nederlandse gemeenschap. Zij personifiëren deze geslaagde toenaderingen, integratie en verwevenheid tussen onze economieën. Ik ben ervan overtuigd dat in vele domeinen, energie en vervoer, om deze enkel te noemen, het potentieel van samenwerking heel belangrijk blijft en dat onze belangen overeenstemmen.
Het is voor deze onvermoeibare inzet ten gunste van de toenadering tussen onze landen, mevrouw Van der Hoeven, dat de Franse autoriteiten hun erkentelijkheid willen tonen en u willen onderscheiden als officier de la Légion d’Honneur, waarvan ik u nu de versierselen ga overhandigen.

Mijnheer de ambassadeur, mevrouw Blarel, Dames en heren, Familie, vrienden, collega’s,
Ik voel me zeer vereerd om deze belangrijke onderscheiding in ontvangst te mogen nemen. Vereerd, en ook wel een beetje onwennig. Want meestal ben ík degene die belangrijke onderscheidingen opspeldt en prijzen overhandigt, maar nu ben ik zelf de gelukkige. Dat is echt even wennen...
Allereerst wil ik de Franse Republiek, president Sarkozy, evenals u, meneer de ambassadeur, en uw medewerkers heel hartelijk danken voor deze prachtige onderscheiding: de Ordre national de la Légion d’Honneur.
Natuurlijk gaat het om waar de onderscheiding voor stáát. Voor buitengewone verdiensten verleend aan de Franse natie. Of mijn verdiensten buitengewoon zijn geweest durf ik zelf niet zo te stellen. In ieder geval heb ik mij in mijn diverse functies steeds ingezet voor de betrekkingen met Frankrijk.
Die inzet komt voort uit de overtuiging dat hechte banden met een belangrijke Europese partner als Frankrijk van groot belang zijn voor Nederland. Maar óók uit mijn persoonlijke band met uw land, taal, cultuur en inwoners.
Eigenlijk loopt Frankrijk als een rode draad door mijn leven. Het begon in mijn jeugdjaren al, omdat de Franse taal zeer verweven was met het dagelijkse leven in Limburg, de provincie waar ik vandaan kom. De naambordjes van de straten in Maastricht stonden tot de jaren vijftig zelfs in twee talen geschreven; het Nederlands en het Frans.
Die tweetaligheid kwam in veel meer facetten van mijn leven terug. Ik weet nog goed dat ik op de basisschool bij de nonnen Franse les kreeg, en meteen verkocht was. Wát een prachtige taal! Hoe elegant de uitspraak, hoe melodieus het timbre, hoe poëtisch de klanken! Het was bijna alsof je de woorden kon proeven, zo smaakvol.
In 1960 ging ik met mijn ouders op vakantie naar de Vogezen. We waren een beetje verdwaald in Nancy, en ik moest de weg vragen. In het Frans! Zo ging dat toen... Een liefde voor de Franse taal was geboren. Een liefde die nooit meer is weggegaan.
Ook toen ik de liefde vond bij mijn echtgenoot Lou, kwam Frankrijk om de hoek kijken: zijn moeder is Franstalig, en hij is tweetalig opgevoed. In onze familiebanden komt het Franse element op meerdere manieren terug. En, natuurlijk: net als miljoenen andere Nederlanders gaan we met zeer veel plezier op vakantie naar Frankrijk.
Niet alleen vanwege de taal, maar ook vanwege de prachtige uiteenlopende landschappen, het hoogstaande culturele erfgoed, het bourgondische leven vol goddelijke ingrediënten. Eten is al gauw een delicatesse als je in Frankrijk bent, en wijn is niet zomaar iets te drinken; maar een ervaring om niet te vergeten. Frankrijk en de Fransen hebben dus een speciale plek in mijn hart.
Ook in mijn professionele leven heb ik me steeds ingezet voor een goede band met Frankrijk en de Franse taal.
Als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heb ik er voor gezorgd dat de Franse les terugkwam in het basisonderwijs. Door een wetswijziging te realiseren die mogelijk maakt dat basisscholen in schooltijd Franse (maar ook Duitse) les mogen geven. Door een buurtalenproject met omringende landen. Door met de Franse ambassade afspraken te maken om meer native speakers in te zetten in de lessen. Ik vind echt dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met het leren van een andere taal! Het stimuleren van taalonderwijs was dan ook een van mijn favoriete beleidsterreinen op OCW.
Net zoals bij de leraar op de plattelandsschool in de film ‘Etre et Avoir’, weet je natuurlijk nooit helemaal wat het resultaat is van je inspanningen in het onderwijs. Jonge mensen kunnen wat dat betreft net zo weerbarstig zijn als de ruige gebieden in Bretagne, de Ardeche of het Centraal Massief.
Maar ik ben er zeker van, dat net zoals ik vroeger, vele jongeren gegrepen worden door de Franse taal en cultuur. Als ze er maar mee in aanraking komen!
Ook op volwassen leeftijd werpt kennis van de Franse taal zijn vruchten af. Ik denk dan aan al die bevlogen Nederlandse ondernemers en bedrijven die in Frankrijk zaken doen. Unilever, Shell, ING, Heineken en TNT zijn bekende voorbeelden. Denk ook aan de succesvolle combinaties KLM Air France, Atos Origine, Danone-Numico en Transdev-Connexion. Daarnaast zijn er tal van kleinere bedrijfjes die zich vol passie op de Franse markt gestort hebben.
En andersom: de handelsbetrekkingen tussen onze landen zijn heel sterk en actief. Ik ben het eens met een eerdere uitspraak van ambassadeur Blarel: onze bedrijfsculturen gaan heel goed samen, en beide landen plukken de vruchten van wederzijdse investeringen. Investeringen in geld, maar ook in diensten, kennis, contacten en samenwerkingen!
Als Minister van Economische Zaken zet ik mij er voor in om de banden tussen onze bedrijven te versterken en uit te bouwen. Ik vind dat met name het MKB nog te veel kansen in Frankrijk laat liggen. Daar zit nog een enorm potentieel.
Een van de belangrijkste belemmeringen is de overtuiging van veel kleinere bedrijven dat het Frans zo’n moelijke taal is, en de Franse cultuur zo ánders. Het zal u niet verbazen dat ik van mening ben dat dit heel goed te overwinnen barrières zijn, waardoor men zich niet moet laten afschrikken. De zakelijke kansen in Frankrijk zijn de moeite meer dan waard!
Een mooi voorbeeld van wereldwijde samenwerking, en daarbinnen Frans-Nederlandse samenwerking, vind ik Cadarache in Zuid-Frankrijk, waar het ITER-programma gevestigd is. Een researchproject dat de toepasbaarheid van kernfusie als energiebron wil aantonen. Met andere woorden: de zon op aarde nabouwen. Want kernfusie is in tegenstelling tot kernsplitsing een schone, duurzame manier om energie op te wekken. Er zijn 28 Europese landen betrokken bij dit samenwerkingsproject, waaronder -natúúrlijk zou ik bijna willen zeggen- Nederland.

Het maakt me trots dat onze kennisinstituten TNO, NRG en FOM samen met diverse bedrijven in het ITER-NL verband meewerken aan de totstandkoming van de fusiereactor in Cadarache. Ik ben zelf in Cadarache bij het ITER geweest, en kon toen met eigen ogen één van de meest innovatieve en duurzame samenwerkingsprojecten van dit moment aanschouwen. Geweldig!
Beste mensen, Niet alleen als minister, maar ook gewoon als Maria, vind ik samenwerken heel belangrijk. Cadarache is natuurlijk een mooi voorbeeld van samenwerken in het groot, maar ook in het klein is samenwerken zo belangrijk. Samen léven. Er voor elkaar zijn, iets voor een ander betekenen. Ik hoop een verschil te kunnen maken, al is het maar een klein verschil in deze hele grote wereld.
Ik geloof sterk dat het er toe doét dat wij er zijn. Dat ieder van ons uniek is en iets kan betekenen voor een ander. De ene keer is dat door iets moois in je werk, de andere keer door er te zijn voor mensen met wie het even wat minder goed gaat. Een luisterend oor, een blijk van aandacht, een moment waarin je écht contact hebt met de ander.
Daarom sluit ik graag af met de woorden van de vos tegen Le Petit Prince, uit het beroemde boek van Antoine de Saint-Exupéry, het eerste boek dat ik in het Frans las: ‘Alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar’.
Dank u wel.


