Europese ministers van Milieu komen voor het eerst samen sinds de COP21 [fr]

Op uitnodiging van de Franse minister van Milieu, Energie, Zee en Internationale Betrekkingen over het Klimaat, Ségolène Royal, en haar Nederlandse ambtgenoot Sharon Dijksma, kwamen de Europese ministers van Milieu op 12 februari 2016 bijeen op de Nederlandse Ambassade in Parijs. De bijeenkomst was georganiseerd in samenwerking met Nederland, dat in het eerste semester van 2016 de Raad van de Europese Unie voorzit.

JPEG

Tijdens deze eerste bijeenkomst sinds de COP21, bespraken de ministers twee belangrijke verplichtingen die zijn aangegaan in het Akkoord van Parijs, en de manier waarop deze concreet gemaakt kunnen worden:

Carbon pricing

De Europese Unie neemt zich voor de besprekingen over de mogelijkheden van Carbon pricing verder te brengen en een werkelijke strategie uit te werken voor een koolstofprijs op Europees niveau. Het Akkoord van Parijs stimuleert landen om door middel van Carbon pricing hun doelstellingen op het gebied van vermindering van broeikasgassen te behalen.

Waarom Carbon pricing?
Het invoeren van een koolstofprijs zou betekenen dat bedrijven betalen voor de CO2 die ze uitstoten tijdens het productieproces. Dit kan bijvoorbeeld met een belasting of het moeten kopen en inleveren van emissierechten. Deze kosten komen terug in de prijs van producten, waardoor producenten worden gestimuleerd om te produceren met minder koolstofemissies. Wereldwijde transparantie over de kosten van CO2-uitstoot maakt het minder aantrekkelijk om productie te verplaatsen, en moedigt bedrijven en investeerders aan om te kiezen voor alternatieven die minder uitstoot veroorzaken.

Verschillende landen en regio’s zijn op dit moment bezig met het ontwikkelen van een eigen systeem om de prijs voor CO2 uitstoot vast te stellen. Om een mondiaal gelijk speelveld te creëren, moeten deze systemen kunnen samenwerken.

Minister van Milieu Ségolène Royal wees nogmaals op de vier prioriteiten van Carbon pricing:
- Een kader instellen rondom de totstandkoming van een koolstofprijs: het idee is om een minimale en een maximale marktprijs in te stellen waardoor prijsschommelingen kunnen worden voorkomen en de koolstofprijs beter kan worden voorspeld. De minister herinnerde de aanwezigen eraan dat “dit systeem zou zorgen voor veel meer koolstofarme investeringen, en voor lagere kosten in het ondersteunen van duurzame energiebronnen, die bovendien concurrerender zouden zijn.”
- Het opnemen van een koolstofcomponent in de energiebelasting van landen: Frankrijk heeft de “klimaat- en energiebijdrage” al ingevoerd, die voor 2016 is vastgesteld op €22 per ton, en die zich ontwikkelt van €56 per ton in 2020 naar €100 per ton in 2030. Ségolène Royal benadrukte dat “aan deze koolstofcomponent een belastingneutralisatie gekoppeld moet worden zodat de verplichte heffingen niet omhoog gaan maar dat er enkel een verschuiving van de belasting plaatsvindt naar de fossiele energie”.
- De landen buiten de Europese Unie aanzetten om een koolstofprijs in te stellen en de landen die tot actie overgaan verenigen: het doel is om alle landen en bedrijven die zich inzetten te verenigen rond gemeenschappelijke doelstellingen, zoals de afschaffing van subsidies voor fossiele energie of het convergeren van de koolstofprijzen. Voor Ségolène Royal “is het doel niet om aan iedereen dezelfde koolstofprijs op te leggen, noch ze te dwingen tot het gebruiken van hetzelfde systeem om de koolstofprijs vast te stellen, maar om te bevorderen dat geleidelijk aan alle uitstoot van een koolstofprijs wordt voorzien.”
- Het nemen van noodzakelijke maatregelen ter bestrijding van koolstoflekkage: Ségolène Royal onderstreepte “het belang van het gerichter toekennen van kosteloze emissierechten, alleen daar waar het noodzakelijk is, voor sectoren die te maken hebben met zware internationale concurrentie en die een reëel risico lopen op koolstoflekkage.” Hierdoor zouden de vrijgemaakte quota kunnen worden gebruikt om het innovatiefonds (NER-300, NER400) te versterken en om de ontwikkeling van technologieën voor lage uitstoot te financieren met inkomsten uit de Europese koolstofmarkt.

De Lima-Parijs actieagenda (LPAA)

Meer dan 10.000 actoren – burgers, bedrijven en overheden – zijn 70 verplichtingen aangegaan op alle gebieden van energietransitie (bouw, transport, duurzame energie…). Ségolène Royal stelde drie oriëntatiegebieden voor:
-  Het in kaart brengen van de coalities van de LPAA, zodat de verplichtingen duidelijker naar voren komen.
-  De landen in Europa laten optreden als gidslanden van een coalitie, zodat de verplichtingen binnen nu en de zomer geconcretiseerd kunnen worden.
-  Het aanmoedigen van bedrijven in Europa om markten voor duurzame energie te blijven ontwikkelen.

Meer weten: http://www.cop21.gouv.fr/en/first-meeting-of-the-environment-ministers-of-the-european-union-since-cop21/

gepubliceerd op 19/02/2016

naar boven