Erasmus-Descartesconferentie 2016: toespraak van Philippe Lalliot (13 oktober 2016, Parijs) [fr]

Toespraak van Philippe Lalliot, ambassadeur van Frankrijk in Nederland, ter gelegenheid van de opening van de 15de editie van de Erasmus-Descartesconferentie met het thema “Cultureel erfgoed en innovatie”:

Mijnheer de ambassadeur, beste Ed,

Dames en Heren,

Allereerst wil ik graag mijn collega in Parijs, Ed Kronenburg, en zijn hele team bedanken voor de kwaliteit van de organisatie van deze conferentie, die mij ook tijdens de voorbereidingen al was opgevallen, en voor de warme ontvangst. Het doet mij altijd plezier, beste Ed, om jou dan wel hier in Parijs dan wel in Den Haag te ontmoeten, en samen te werken aan de versterking van de banden tussen onze twee landen.

Ik ben dubbel zo blij dat ik hier vandaag ben en het voorrecht heb om samen met jou deze Erasmus-Descartesconferentie te openen.

Deze conferenties nemen namelijk een bijzondere plek in, in de zeer intensieve dialoog tussen Frankrijk en Nederland. Dat blijkt uit de kwaliteit van de uitwisselingen en de variëteit van de thema’s die worden behandeld sinds het ontstaan van de conferentie in 2002: Duurzame Landbouw, Creatieve Industrie, Steden van de Toekomst en Groene Groei, om enkel de laatste vier edities te noemen.

Het thema dat dit jaar is gekozen, Erfgoed en Innovatie, misstaat niet in deze lijst, integendeel. Het illustreert zowel de grote patrimoniale rijkdom als de geweldige innovatiecapaciteiten van onze beide landen, in het bijzonder met betrekking tot het behoud van ons erfgoed.

Wij hebben namelijk het geluk deel uit te maken van twee landen met een lange geschiedenis, met iconische monumenten, aanzienlijke culturele instellingen, internationaal gerenommeerde experts, cultureel beleid dat samenhangt met de bevordering van het erfgoed, en bedrijven die bijzonder innoverend zijn op het gebied van restauratie en behoud.

Nu treft het dat ik aan mijn jaren als ambassadeur van Frankrijk voor de UNESCO een bijzondere interesse voor deze onderwerpen heb overgehouden. Hiervoor wilde ik in het bijzonder Vincent Berjot noemen, algemeen directeur Erfgoed bij het ministerie van Cultuur, met wie ik afgelopen jaren met veel plezier heb samengewerkt, en ook alle leidinggevenden van de musea die vandaag en morgen deel zullen nemen aan onze uitwisselingen.

Het is namelijk bij de UNESCO waar ik beter heb leren begrijpen waar het behoud van erfgoed om gaat. Ik zal u hier slechts een paar voorbeelden geven.

Ik heb bijvoorbeeld mogen bijdragen aan de opname van de Grotte Chauvet in de werelderfgoedlijst. Maar wat zou de klassering van deze grot, die absoluut heel bijzonder is maar niet toegankelijk voor publiek, betekenen zonder de verwezenlijking van een exacte replica? Om die reden is dit juweel van 36000 jaar oud toegankelijk gemaakt voor het grote publiek, dankzij de modernste reproductietechnologieën.

Ook had ik het geluk om schatten tussen de archieven van de UNESCO te ontdekken, waar films uit de jaren 1960 over het behoud van de tempels van Abu Simbel zij-aan-zij liggen met geluidsopnamen van toespraken van Léon Blum op het moment van de oprichting van de UNESCO, en toespraken van Nelson Mandela. Daar worden onbetaalbare overblijfselen van enkele grote momenten uit onze geschiedenis bewaard, een vorm van wereldherinnering. Maar deze bijzondere documenten verslijten met de tijd, en daarom is het belangrijk ze te digitaliseren. Het INA is hier nu mee bezig, zodat we ze voor de toekomstige generaties en onderzoekers kunnen bewaren.

Ook kan ik u vertellen over de Duitse onderzeeër en de Franse torpedojager die zijn gezonken voor de kust van Sardinië en nu op 2000 meter diepte liggen. Ze zijn een bijzonder bewijs van de Eerste Wereldoorlog maar zijn per definitie moeilijk toegankelijk, en daarom zal er een film en een driedimensionale digitalisering van ze gemaakt worden. Ik zou u kunnen vertellen over de Harvard professor die mij de 3D-digitalisering van de piramiden van Gizeh heeft laten zien, waar hij samen met zijn studenten technologie gebruik van maakt dankzij een Franse technologie, genaamd Dassault 3D. Dezelfde technologie is ook gebuikt door Frank Gery voor het ontwerp en de bouw van de toren in New York, die zijn naam draagt.

Ik wilde graag afsluiten met het ter sprake brengen van erfgoed in conflictgebieden. We hebben gezien hoe groepen terroristen, in de eerste plaats IS, erfgoed vernielden van moslims, joden, jezidi en christenen, die de herinneringen dragen van antieke beschavingen, de identiteit van gehele volkeren en de geschiedenis van hun landen. Deze “ruïneoorlogen” zijn oud, maar in moderne oorlogen is erfgoed niet alleen meer het slachtoffer van “collateral damage” maar is het een bewust doelwit geworden, dat opzettelijke vernielingen te verduren krijgt.

Ik ben verheugd dat het Internationaal Strafhof in Den Haag recent voor het eerst een veroordeling voor een oorlogsmisdaad heeft uitgesproken voor de vernielingen van de mausolea van Timboektoe.

We moeten deze gewelddadigheden inderdaad bestraffen maar we moeten ook proberen om te herstellen, opbouwen waar mogelijk, zoals in Mali, nadenken over de modernste documentatietechnologieën, bijvoorbeeld met satellietbeelden, of over virtueel reconstrueren, met behulp van driedimensionale digitalisering. Ook daar kunnen technologische vooruitgang en innovatie erfgoed en erfgoedbehoud te hulp komen, zodat het, in welke vorm dan ook, in leven blijft, en toegankelijk voor het grote publiek.

Dat was in enkele woorden wat ik u wilde zeggen tijdens de opening van deze conferentie. U begrijpt hoezeer dit onderwerp mij boeit en hoe benieuwd ik ben naar uw toespraken en onze discussies. Ik wens u een uitstekende Erasmus-Descartesconferentie 2016.

gepubliceerd op 20/10/2016

naar boven