100 jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog: een bericht van de President [fr]

armée - JPEG

Bericht van de President van Republiek op 1 augustus

Op zaterdag 1 augustus 1914, vandaag honderd jaar geleden, kondigde Frankrijk de algemene mobilisatie af.

Op die ochtend berichtten de kranten over de dood van Jean Jaurès, de man die al maanden opriep tot vrede. Niets leek de onverbiddelijke gang van ons continent richting de afgrond meer in de weg te staan.

Om 4 uur ’s middags werd er in alle steden en dorpen alarm geslagen. Overal werd er op trommels geroffeld. Heel Frankrijk stond stil en begreep dat het oorlog was!

De oorlog had kort en begrensd moeten blijven, maar hij werd lang en ging de wereld over. Alleen al in Frankrijk zijn er meer dan anderhalf miljoen mensen door omgekomen. Daarnaast liet de oorlog een lange reeks aan gewonden, weduwen en wezen achter.

1 augustus 1914 is in onze gedachten gebleven als een dag waarop voor de meeste Franse families alles veranderde. Landbouwers vertrokken midden in de oogsttijd, arbeiders verlieten hun werkplaatsen, straten van steden raakten leeg en stations en treinen werden gevuld met jongemannen die hun eenheid kwamen versterken. Miljoenen kinderen zagen hun vader vertrekken, miljoenen vrouwen hun man, miljoenen ouders hun zoon, en voor sommigen was het de laatste keer dat zij hen zagen. Door het verhaal van een grootouder, teruggevonden brieven of dagboekjes, een zorgvuldig bewaarde foto, hebben velen onder ons nog een herinnering aan de oorlog. Anderen hebben er kennis mee gemaakt in hun geschiedenisboeken. We kunnen ons voorstellen hoe gruwelijk de oorlog was, en hoe vreselijk de omstandigheden waarin de soldaten zich bevonden, die onder artillerievuur opeengepakt in de loopgraven lagen. Zij hebben bewezen buitengewoon moedig te zijn.

De Fransen zijn in 1914 in actie gekomen om hun vaderland te verdedigen. Soldaten kwamen uit alle windstreken, van overzee en zelfs uit Afrika. Ook het thuisfront werd gemobiliseerd. Vrouwen lieten zien dat zij in staat waren de economie draaiende te houden. Hoewel zij nog niet stemgerechtigd waren, waren zij wel staatsburgers. Gedurende vier jaar heeft Frankrijk geleden, niet om te veroveren of te heersen, maar om vrij te blijven.

Deze oorlog was niet de laatste. 20 jaar later wakkerde haat een gevoel van wraaklust aan en kreeg intolerantie een dodelijke uitwerking van een ongekende grootte. Er werd opnieuw een grote inzet gevraagd om deze barbaarsheid te doen stoppen. Dit hebben wij op 6 juni in Normandië herdacht, met alle naties en de overgebleven soldaten die de landing hebben meegemaakt.

Gedurende de 20e eeuw is Frankrijk voor grote uitdagingen komen te staan. Nooit heeft het opgegeven. Frankrijk heeft altijd de kracht weten te vinden om zijn positie te blijven uitdragen. En ondanks de puinhoop waar dit continent mee bleef zitten, kon het kiezen voor vrede en voor Europa.

Nu staat ons land tegenover andere dreigingen. In het Oosten van Europa, in Oekraïne, werd een burgervliegtuig naar beneden gehaald op een plek waar, nu nog steeds, dodelijke gevechten plaatsvinden. Aan de andere kant van de Middellandse Zee maakt Syrië een nachtmerrie door met 180.000 doden in drie jaar tijd. In Irak worden Christenen vervolgd. In Afrika krijgen zelfs jonge onschuldige vrouwen met terrorisme te maken. In Gaza betalen honderden burgerslachtoffers de prijs van een conflict dat maar niet stopt.

Dat is waarom wij, honderd jaar later, nog steeds in actie moeten komen tegen intolerantie, onrecht en onaanvaardbaarheden. Voor Vrede, voor Europa, en voor Frankrijk.

François HOLLANDE

gepubliceerd op 13/01/2015

naar boven